woensdag 8 oktober t/m dinsdag 14 oktober
woensdag 15 oktober t/m dinsdag 21 oktober
woensdag 22 oktober t/m donderdag 30 oktober
Vandaag begint onze grote, spannende reis naar Nepal. Tot nu toe zijn we alleen binnen Europa op vakantie geweest. We gaan daar heen, omdat we wel eens willen zien waar onze kinderen zo lang hebben doorgebracht en om de verjaardag van één van de zonen te vieren. Zijn verjaardag hebben we al jaren niet meer gevierd, omdat hij op dat moment in Nepal verbleef.
We zijn reuze benieuwd naar wat ons te wachten staat en zijn uiteraard wel een tikkeltje gespannen en opgewonden.
We vertrekken om 14.45 met een taxi van huis naar het station in Gouda. In de taxi komen we al met Nepal in aanraking, omdat de chauffeur iemand kent, die in Nepal vrijwilligers werk doet en waarvan wij de naam ook kennen, omdat de kinderen regelmatig contact met hem hadden in Nepal. Naast zijn vrijwilligerswerk heeft hij o.a. een restaurant in Kathamandu, waar we op een later moment nog een blik op zullen werpen.
Op Schiphol moeten we even vragen bij welke balie we moeten zijn, omdat het vluchtnummer van Gulfair niet op de mededelingenschermen te vinden is. Gelukkig weten we dat we het eerste stuk met BMI vliegen dus vervoegen we ons bij hun desk. Daar worden we verder verwezen.
Na het inchecken kopen we nog wat water en wijn om mee te nemen in het vliegtuig.
Precies op tijd om 19.05 vertrekken we naar Londen.
Na ongeveer drie kwartier zijn we boven Londen. De verlichte stad is schitterend om te zien en we herkennen diverse punten vanuit de lucht: London Drome, Big Ben, London Eye.
Heathrow is een veel groter vliegveld dan Schiphol. Je wordt daar van de ene terminal naar de andere per bus ververvoerd. In Londen moeten we opnieuw inchecken bij Gulfair voor Kathmandu. Hier ontmoeten we andere Nederlanders, die ook op weg zijn naar Nepal. Dat schept een band.
Aangezien we hier ongeveer drie uur moeten wachten, eten we daar iets. Achteraf was dit totaal niet nodig, want in het vliegtuig naar Bahrain krijg je van alles aangeboden.
We vertrekken om 22.35 uit Londen (plaatselijke tijd). We proberen in het vliegtuig wat te slapen, wat niet echt lukt. Na een vlucht van ruim vijf uur komen we in Bahrain. Daar zagen we vanuit de lucht de zon boven de woestijn opkomen, hetgeen een prachtig gezicht was.
Bahrain is een prachtig, zeer luxueus vliegveld. We kijken onze ogen uit. Mede omdat hier zoveel mensen van verschillende nationaliteiten rondlopen. Op dit vliegveld moeten we opnieuw drie uur wachten.
Precies op tijd, 10.15 uur plaatselijke tijd, vertrekken we richting Kathmandu. Als we vertrokken zijn lopen de stewardessen met spuitbussen met een lekker luchtje door het vliegtuig. Er zijn veel Nepalezen aan boord.
Onderweg proberen we wat te slapen, wat af en lukt. Na zes uur en een kwartier vliegen naderen we Kathmandu. Vanuit het vliegtuig kun je de bergen, de rijstvelden en de schoorstenen van de steenbakkerijen zien.
Om 17.20, plaatselijke tijd, landen we in Kathmandu.
Het duurt vrij lang voor we onze bagage hebben. Het is heel apart om te zien, wat voor een grote dozen vol met audio en TV-apparatuur er voor de Nepalezen van de bagageband af komt rollen.
Als we eenmaal onze bagage hebben, staan we nog een tijdje in de rij voor allerlei stempels in ons paspoort. Na een uur kunnen we de aankomsthal verlaten en treffen buiten onze zoon en zijn vriendin. Tevens staat er een auto van het Summit hotel klaar om ons op te halen. Na twintig minuten rijden bereiken wij het hotel. Wat ons onderweg meteen opviel, was het drukke verkeer en het onophoudelijk toeteren van auto’s en bussen.
In het hotel frissen we ons op. We hebben een prachtige kamer in een zeer luxe hotel, met prachtig verlichte tuinen.
We eten met z’n vieren in het hotel, waar we meteen de plannen voor de komende dagen bespreken.
Om het contact goed te onderhouden krijgen we de beschikking over een Nepalese telefoon.
Om een uur of negen gaan we bekaf naar bed.
We slapen goed. Het ontbijt is uitstekend. In plaats van één ei krijgen we er allebei twee. Dit zal de hele week zo blijven, tenzij je heel nadrukkelijk zegt dat je beslist maar één ei wilt. Ze gaan hier blijkbaar van het gezegde uit: één ei is geen ei…
Na het ontbijt gaan we nog een paar uurtjes slapen, want we hebben natuurlijk wel wat nachtrust in te halen.
Als lunch nemen we Dutch appelpie. Heerlijk! En daar hebben we meer dan genoeg aan.
Na de lunch gaan we met een taxi naar Patan Durbar Square. Voor we daar zijn, komen we nog een paar vrachtauto’s tegen, waarop allemaal juichende mensen staan met de afbeelding van een godin.
Op het Durbar Square bekijken we de tempels en pagodes. Daarna lopen we naar de Hiranya Varna Mahavihar, Golden Temple. De tempel van het klooster heeft vergulde daken. Op de binnenplaats loopt een gaanderij met olielampen, gebedsmolens en heilige voorwerpen. Er wordt gebeden, heilige teksten gelezen en religieuze liederen gezongen.
Hierna lopen we een stukje verder naar de Kumbbeshavara tempel, een aan Shiva gewijde tempel. De tempel telt vijf verdiepingen.
Er worden offers gebracht: bloemen en voedsel. Ook lopen er een paar schapen en lammeren rond. Offerdieren??
Vervolgens lopen we door naar één van de vier stupa’s: Northern Ashok Stupa.
Daarna keren we terug naar Durbar Square waar we onze zoon ontmoeten. We gaan wat drinken in de prachtige museumtuin.
Na de wijn gaan we met een taxi naar New Orleans om iets te eten en te drinken. De taxichauffeur zet ons voor een gesloten zaak af. Gelukkig komt onze zoon even later op de fiets aanzetten. Het blijkt dat deze zaak helemaal geen New Orleans heet. Dat ligt een stukje verder in een zijstraat. We lopen daar heen. In de prachtige tuin van deze gelegenheid drinken we wat en nuttigen we chips. Vervolgens lopen we een stukje verder naar een Italiaans restaurant, waar we ook de vriendin van onze zoon ontmoeten.
We eten hier heerlijk.
Na het eten met een taxi weer teug naar het hotel. De vriendin van onze zoon (een Nepalese), probeert een prijs af te spreken met een taxichauffeur. Zij vindt de prijs echter te hoog en voegt de chauffeur toe: Dat hij niet moet denken dat alle blanke mensen schatrijk zijn. Uiteindelijk komt de chauffeur achter ons aanrijden en wil ons wegbrengen voor de aangeboden prijs.
De chauffeur is echter zeer geïrriteerd en rijdt als een dolle man naar ons hotel.
Na het ontbijt doen we rustig aan. We lopen een stukje in de buurt van het hotel. We komen bij de Bagmati. We zien hier koereigers en koeien die in de rivier lopen. Langs de rivier staan tentjes en kraampjes waar van alles wordt verkocht. We verbazen ons over al het afval wat overal ligt. Ook in de rivier drijft allerlei rotzooi.
Na de lunch gaan we met een taxi naar Harisddhi waar onze zoon met zijn vriendin woont. Na de thee daar, gaan we wandelen.
We gaan eerst met een taxi ongeveer tien minuten naar het zuiden. Daar begint de wandeling. Het eerste stuk van de wandeling is vrij zwaar. We lopen behoorlijk omhoog. Onderweg prachtige uitzichten op de vallei en de rijstvelden. Op het hoogste punt bezoeken we een tempel. Naar beneden moeten we voorzichtig lopen, want het pad is wat glad. Tijdens de wandeling moet je goed op de bloedzuigers letten. We zien ze wel op de grond, maar even later zitten ze ook op onze schoenen. Daar moet je ze wel afhalen, want ze gaan door de gaatjes van je schoenveters en je sokken heen.
De wandeling blijkt wel wat ver. We moeten nog een heel eind naar het dorp lopen. We houden een landrover aan en vragen of we mee mogen in de laadbak. Dat kan.
Je wordt echter op de slechte Nepalese wegen volkomen door elkaar geschud. De autorit is bepaald geen pretje. We worden bij een busstation afgezet en nemen van daar een taxi naar huis.
Op het dakterras gaan we barbecuen. Dat doen we eerst bij het licht van een aantal waxinelichtjes, want we worden voor het eerst in Nepal geconfronteerd met een power-cut. Na ruim anderhalf uur is er weer elektriciteit.
Om een uur of negen komt de taxichauffeur ons ophalen om ons weer naar het hotel te brengen.
Na het ontbijt drinken we koffie op het terras van het hotel. Prachtig uitzicht op de met sneeuw bedekte toppen van de Himalaya.
Om een uur of elf gaan we met een taxi naar Svayambhunath (de apentempel) Het is de belangrijkste stupa van Kathmandu. We nemen de achteringang. Dan hoeven we niet alle trappen naar boven op.
Op de hoogste plek aangekomen sta je van aangezicht tot aangezicht met Boedha, wiens ogen op alle vier kanten van de stupa zijn geschilderd. Zij maken deel uit van de complexe symboliek van dit sacrale bouwwerk. Op een vierkant grondvlak bevindt zich een halve koepel, die het lichaam van Boedha symboliseert.
De koepel wordt omsloten door een balustrade met 211 gebedsmolens met op elk daarvan de heilige mantra Om Mani padme hum (O juweel in de lotusbloem)
Rondom de stupa bevinden zich onderkomens voor pelgrims, woonhuizen, souvenirwinkels en Tibetaanse kloosters.
Je treft er ook veel bedelaars, apen en verkopers aan.
We bekijken alles uitvoerig. Het is zeer indrukwekkend.Vanaf dit complex heb je ook prachtige uitzichten op Kathmandu.
Via de trappen lopen we naar beneden, waar de taxichauffeur ons weer oppikt om ons naar Jaya-travels te brengen, waar we de vluchten naar Pokhara en Chitwan moeten voldoen. Er heen rijden we deels over zanderige, met keien en vuil bedekte straten.
Ondanks dat de taxi stapvoets rijdt, worden we alle kanten opgeslingerd.
We proberen contact met onze zoon te leggen, maar dat lukt niet. Als we in het reisbureau zitten, komt ook hij binnen. Hij heeft ons in Kathmandu kunnen traceren.
Daarna gaan we naar het kantoor van de Chitwan-lodge om ons verblijf in de jungle te betalen.
Vervolgens gaan we met de taxi naar Tamel. De taxi zet ons daar af en even later arriveert ook onze zoon. We gaan iets drinken en eten op de top-floor van een restaurant. Prachtige uitzichten naar alle kanten op de Kathmanduvallei.
Vandaar gaan we met een fietsriksja naar Durban Square. Het is een indrukwekkend plein met veel mooie tempels. Het krioelt er van de brommers, scooters, taxi’s en riksja’s. Het is een drukte van belang. Als we het plein even verlaten en later weer terug gaan, worden we aangehouden en moeten we alsnog toegang betalen.
Als we alles bekeken hebben, gaan we weer met een taxi terug naar het hotel, waar we ’s avonds dineren.
We staan wat vroeger op, want we willen een dagtocht maken naar Bhaktapur.
Na het ontbijt vertrekken we om een uur of negen met een private car die kant op.
We rijden langs de oude Bhaktapur weg, omdat dat ons een mooiere weg lijkt dan de highway. Bovendien willen we het plaatsje Thimi bekijken, dat bekend staat om zijn pottenbakkers. Het is totaal niet toeristisch en dat maakt het des te aantrekkelijker. Het is een heel mooi plaatsje om te bezoeken.
Vandaar gaan we naar Bhaktapur. De weg loopt tussen de rijstvelden door. Overal is men druk bezig met de rijstoogst. Ook zie je links en rechts van de weg de schoorstenen staan van de steenbakkerijen.
In Bhaktapur nemen we een gids, die ons in ruim twee uur door deze plaats zal leiden.
Bhaktapur is één van de drie koningssteden. Er leven ongeveer 50.000 mensen. Vooral Newari Hindoes. Veel in dit plaatsje is met Duitse hulp gerestaureerd. We bekijken het Durbar Square, het Taumadhi Square, Dattatraya Square en Pottery Square. De gids leidt ons via kleine straatjes van de ene bezienswaardigheid naar de andere. Behalve dat de gids ons heel veel bijzonderheden vertelt, gaat hij ook met ons langs winkeltjes, waar hij ons aanmoedigt iets te kopen.
Als we moe zijn van het rondlopen, gaan we ergens op een top-roof lunchen.
Daarna gaan we nog wat winkeltjes af, om te kijken of we iets aardigs kunnen kopen. De inkopen blijven beperkt tot een CD met Tibetaanse muziek. Het lukt ons niet om iets geschikts voor onze zoon zijn verjaardag te kopen.
Om een uur of drie keren we via een bomvolle highway terug naar Kathmandu. Ons vallen vooral de local bussen op, waar iedereen bovenop zit of aanhangt.
Terug in het hotel frissen we ons op en daarna gaan we met een taxi naar de Garden of Dreams, een prachtige verstilde tuin aan de rand van de zeer drukke wijk Tamel in Kathmandu. In het restaurant in deze tuin vieren we de verjaardag van onze zoon. Eerst bekijken we de prachtige tuin, met schitterende bloemen, struiken en bomen. Heel romantisch wordt het als de verlichting aangaat.
Het diner is heerlijk. Er is champagne en een taart met kaarsjes. Samen met het personeel zingen we onze zoon toe: Happy birthday, happy birthday, to you.
Het was een geweldige avond.
We staan vandaag om acht uur op. Onze zoon is vandaag jarig en dat zullen vanavond nog een keer vieren. Na de lunch gaan we de koffers ompakken, want morgenochtend vliegen we naar Pokhara.
Vandaag beginnen we met het maken van een video-verslag.
Na de lunch gaan we naar Pashupatinath.
Dit is één van de belangrijkste hindoeïstische heiligdommen. Kenmerkend zijn ook de ghats, rituele wasplaatsen aan de oever van de Bagmati, waar ook lijkverbrandingen plaats vinden.
De hoofdtempel hier is alleen toegankelijk voor Hindoes. Als je echter omhoog klimt, kan je een blik werpen op de binnenplaats van de tempel.
Nadat we hier een tijd hebben rondgekeken en rondgelopen gaan we naar Bodnath (ook wel ‘Baudha’ genoemd.)
Het is het belangrijkste boeddistische heiligdom in de Katmanduvallei. Zowel de hoogte als de diameter van de tempel bedraagt veertig meter, zodat Bodnath het hoogste sacrale bouwwerk van de vallei is.
We maken een aantal rondjes rond de stupa.
Om een uur of half zes ontmoeten we hier onze zoon. Het begint donker te worden en overal worden olielampjes ontstoken. Er branden er duizenden. Het is hier vanavond een speciale avond. Het is namelijk volle maan. Ook de stupa wordt dan met olielampjes verlicht.
Op de top-floor van een restaurant gaan we wat drinken en een klein hapje nuttigen. We hebben een prachtig utzicht op de stupa. Het is de hele dag zwaar bewolkt geweest, maar op eens klaart het en verschijnt de maan schuin achter de stupa, hetgeen een heel speciaal effect geeft.
Nadat we hier uitgekeken zijn gaan we naar het restaurant Walters, waar we ter gelegenheid van de verjaardag van onze zoon zullen dineren. Het restaurant bevindt zich in een schitterend voormalig Ranapaleis. Helaas is de vriendin van onze zoon ziek, dus vieren we vanavond zijn verjaardag met zijn drieën.
terug naar het begin
We staan om kwart over zes op, want we moeten tijdig op het vliegveld zijn voor een binnenlandse vlucht naar Pokhara.
Na het eten nemen we een taxi naar het vliegveld. Na het inchecken komen we in de vertrekhal. Daar zijn geen borden met informatie over de gates, vluchtnummers, etc. Als er een vliegtuig op het punt staat te vertrekken, loopt iemand van die vliegmaatschappij de hal door om de passagiers te waarschuwen dat ze moeten instappen.
Het is een klein 18-persoons vliegtuig. Bij de start krijg je van de stewardess watjes voor in je oren en een snoepje.
We hebben een heel rustige vlucht met een prachtig uitzicht op de Himalaya. Na ruim twintig minuten vliegen landen we in Pokhara op een piepklein vliegveldje. Daar staat een auto klaar om ons naar het Base Camp hotel te brengen.
Nadat we ons een beetje op de kamer hebben geïnstalleerd, lopen we naar het meer. Daar lunchen we.
Vervolgens gaan we met een roeibootje (we worden geroeid) naar een eilandje dat in het Phewa meer ligt. Er gaan veel makke Nepalezen in een roeibootje. Het water staat bijna tot aan de rand. We halen de overtocht zonder natte kleren en voeten.
Op het eilandje ligt de Barahi-tempel. Op feestdagen worden hier dierenoffers gebracht.
Na ons bezoek aan dit eilandje laten we ons per taxi naar Bindu-Basini tempel brengen in het noorden van Pokhara. Dit is een hindoe-heiligdom.
Een gids loopt hier met ons rond en geeft ons veel interessante informatie. Vanaf deze plek heb je ook een mooi uitzicht op Pokhara.
De taxi staat nog op ons te wachten en brengt ons vervolgens naar Devi’s Fall een diep ravijn met watervallen waar het meer uit Phewa Lake zich doorheen perst.
Daarna terug naar het hotel. Het kost de taxichauffeur enige moeite ons hotel te vinden.
We eten in de buurt van het hotel. Als toetje nemen met een flensje met chocolade en rum. Het smaakt Bea niet.
We gaan vroeg naar bed, want we zijn moe en moeten morgenochtend vroeg op om de zon te zien opkomen.
Eerst gaan we op jacht naar een grote tor (kakkerlak??) Het kostte grote moeite om hem te pakken te krijgen, omdat hij zich steeds onder het bed verstopte. Uiteindelijk weten we hem in een glas te vangen en over het balkon te gooien.
We staan om vijf uur op, want we willen het licht van de opkomende zon op de bergen meemaken.
Met een private car gaan we naar Sarangkot. Hier wachten we met vele anderen op de zonsopgang. Het opkomen van de zon is een prachtig gezicht. Eerst zien we heel kleine puntjes van de bergen oplichten; daarna hele bergflanken.
Om half acht zijn we terug voor het ontbijt.
Na het ontbijt gaan we weer naar bed en slapen tot ongeveer half twaalf.
Als we weer een beetje uitgerust zijn gaan we lopend richting Fish Tail Lodge. Om er te komen moet je met een handvoetveer een stukje van het meer oversteken.
Daar drinken we koffie en genieten van de tuin en de vlinders.
Als we weer terug op Lakeside zijn gaan we naar restaurant Boomerang om te lunchen. We voelen ons allebei een beetje gammel.
We gaan lekker in de tuin over het meer zitten uitkijken en zien ondertussen hoe een aantal mensen kleine visjes tussen de planten in het meer verschalkt. Ze gooien grote netten over de waterplanten; dan halen ze vervolgens de planten uit het net en houden wat visjes in het net over.
Terug in het hotel gaan we vanaf ons balkon naar het licht van de ondergaande zon kijken.
’s Avonds gaan we eten in restaurant “Mama Mia”. Het is er gezellig en we eten er goed.
Voor vandaag hebben we een gids / drager besteld voor een bezoek aan de Peace Pagode, een boeddhistisch heiligdom met een grote stupa, waar vanuit je een prachtig uitzicht hebt op het Phewa Lake en Pokhara.
Echter ’s nachts krijgen we last van diaree. Met imodium wordt dat tot staan gebracht.
De gids wordt afgezegd en we blijven tot half twaalf in het hotel.
Daarna nemen we een taxi naar het Annapurna-museum. Het is een natuur-historisch museum, waar ze een grote collectie vlinders hebben.
Terug in het hotel drinken we thee en eten de onderweg gekochte broodjes.
Tegen drieën gaan we als nog richting Peace Pagode. Nu niet lopend maar met een taxi.
Het laatste stuk van de weg is erg stijl. Ook zitten er veel gaten in de weg en ligt hij bezaaid met keien. De taxi schudt heftig en we moeten ons goed vasthouden om op onze plaats te blijven zitten.
Halverwege komt de taxi tot stilstand met een kokende motor.
Wij stappen uit en gaan verder lopen. Na tien minuten komt de taxi ons achterop en neemt ons weer mee. Verder op de hobbel-de-bobbel weg. Er zijn wel prachtige uitzichten op de vallei van Pokhara te bewonderen.
Op twintig minuten lopen van de stupa is een parkeerplaats. Daar stappen we opnieuw uit en gaan lopend verder naar boven.
Mijn vrouw wil eigenlijk het liefst terug lopen, maar de taxichauffeur zegt dat hij heel voorzichtig en langzaam zal terug rijden.
Als we na een stevige klim bij de stupa zijn, hebben we prachtige uitzichten over de Pokharavallei en het Phewameer.
Na de stupa bekeken te hebben, dalen we weer af naar de parkeerplaats.
De taxichauffeur rijdt inderdaad voorzichtig en langzaam naar beneden en probeert ons er steeds van te overtuigen dat hij een goede driver is.
Bij het hotel aangekomen blijk een spatlap van de auto te zijn gescheurd.
Geen Nederlander zou het in zijn hoofd halen (zelfs niet met de oudste auto) om over zo’n weg te rijden.
Bij terugkomst drinken we wat in de tuin van het hotel.
’s Avonds eten we in het hotel.
Morgen vroeg op, want we gaan weer verkassen.
Vannacht zie ik weer een kakkerlak lopen. Met een kopje weet ik hem te vangen. De kakkerlak overleeft het niet.
Om kwart over zes staan we op, want we moeten om kwart voor acht met een private car naar Chitwan.
Vanuit onze kamer is het uitzicht op de bergen heel erg mooi.
Het wordt een mooie rit. Het is een overwegend groene route. We passeren enkele kleine dorpjes en stadjes. Even is er een wegversmalling, omdat men probeert een naar beneden gevallen rotsblok, dat op de weg ligt, in stukken te hakken.
Onderweg krijgen we een keer controle. De auto wordt aangehouden en de chauffeur moet zijn papieren overhandigen. Ook moeten we voor een bepaald stuk weg tol betalen.
Als we eenmaal in de buurt van Chitwan komen, weet de chauffeur de weg niet zo goed meer. Hij telefoneert met de Chitwan Lodge. Volgens ons krijgt hij geen contact. Na bestudering van de route, adviseren wij hem ergens links af te slaan. We komen in Bharatpur. Ook hier aarzelt de chauffeur. Hij stapt uit en vraagt aan de mensen op en kruispunt welke kant we op moeten.
Ondanks allerlei adviezen blijft de chauffeur aarzelen. Na een stukje rijden, vraagt hij opnieuw naar de weg. Het blijkt dat we op de goede weg zijn. Uiteindelijk bereiken we het pick-up point van de Jungle Lodge. We zijn er goed op tijd. We hebben er ruim vier uur over gedaan. Er staat al een landrover voor ons klaar. Langs een onverharde landweg rijden we richting de jungle. We rijden een paar keer door riviertjes. We genieten van de prachtige omgeving. Dan komen we bij een bredere rivier, waar we met prauwen naar de overkant gebracht worden. Daar staat ook weer een landrover klaar, die ons dwars door de jungle naar de Lodge brengt. Daar arriveren we om één uur. We richten ons verblijf in een hut in en vervolgens gaan we lunchen. Daarna is er een briefing over wat er allemaal de komende achtenveertig uur staat te gebeuren.
Om vier uur is er een olifantensafari. Op de rug van een olifant maken we een twee uur durende tocht door de jungle. Behalve apen zien we geen andere dieren.
Voor het eten is er nog een diaserie over Chitwan. Het is wel een aardige voorstelling, maar de dia’s zijn vaak wat verouderd en scans van plaatjes in boeken.
Na het diner gaan we naar bed, want morgen start het programma weer om half zes. Een kerosine lamp verlicht ons vertrek. Alleen in het badkamertje is een klein elektrisch pitje. Dat brandt echter alleen maar op bepaalde tijden.
Als we gaan slapen, moeten we de lamp buiten de deur zetten. De damp van de kerosine schijnt niet erg gezond te zijn.
Om kwart over vijf gaat de wekker. Een kwartier te vroeg. Er is geen licht en geen water. Om even over half zes klopt er iemand op de deur: wake-up call. Na een kwartiertje is er water en licht.
Om zes uur beginnen we weer aan een olifantensafari. Voor we opstappen zien van aan de rand van een veld bij de Lodge: neushoorns, beren en wilde zwijnen. Onderweg zien we vogels en veel herten. Het overige wild verstopt zich goed. De dauw aan het olifantengras geeft de jungle een beetje mysterieuze sfeer.
Na het ontbijt gaan we met een landrover naar de rivier. Er zitten twaalf personen op en in de car. Maar voor we echt vertrekken bezoeken we eerst nog even de olifantenstal. Er is ook een jong olifantje. In de bomen rond de Lodge zitten veel apen: langoesten.
Op de rivier maken we een tocht in een prauw. In een stroomversnelling raak ik behoorlijk nat. Na een uurtje varen leggen we aan en gaan lopend door de jungle weer terug. Een vermoeiend tochtje.
Na de lunch gaan we naar een kleine rivier, waar we uitleg krijgen over het leven en voedsel van de olifanten. Daarna is het olifanten wassen in het water. Als je wilt mag je bovenop een olifant klimmen, maar wij zijn daar toch niet genoeg heldhaftig voor.
Om vier uur maken we een natuurwandeling door de jungle, met veel aandacht voor planten, dieren en sporen van dieren. We zien o.a. sporen van neushoorns, beren en een luipaard.
We moeten onderweg kleine riviertjes oversteken via gammele bruggetjes van een aantal dunne boomstammetjes.
Voor het eten krijgen we nog een film over het leven van sneeuwluipaarden in de Himalaya.
Na het eten gaan we ons even wat opfrissen en daarna naar bed. Morgenochtend is het weer vroeg dag.
Om half zes op voor birdwatching.
We zien onder andere spechten, watervogels, aalscholvers en kingfishers (ijsvogels).
Tijdens de wandeling zien we weer veel verse sporen van neushoorns.
Bij een meertje is ook nog glimp van een krokodil te zien.
Na het ontbijt staat er tower-view op het programma. Wij dachten relaxed op een uitkijktoren de natuur te gaan bekijken, maar niets is minder waar. Er moet nog een stevige wandeling door de jungle worden gemaakt. Het gaat heuvel op, heuvel af en over smalle takkenbruggetjes. Bij één van die bruggetjes, breekt de als leuning dienstdoende tak af en valt iemand anderhalve meter naar beneden. Gelukkig liep het goed af en had hij niet veel pijn.
We zien nog een schim van een beer en veel sporen van dieren.
Om elf uur vertrekken we weer per landrover naar het pickup-point. We moeten opnieuw de rivier met een prauw oversteken. Aan de overzijde staat weer een landrover klaar, die ons niet alleen naar het pick-up point rijdt, maar ons ook naar vliegveld in Bharatpur brengt.
Daar arriveren we om kwart voor één. En dan begint het wachten. Na een tijdje krijgen we te horen, dat er door technische problemen een vlucht vervallen is. Dus wachten…wachten…
We krijgen thee aangeboden.
Om kwart over vier landt het vliegtuig, dat uit Kathmandu komt. Hier gaan we mee terug. Vijf minuten na de landing vertrekken we al.
We maken een prachtige vlucht langs de bergen en hebben opnieuw een fraai uitzicht op de Himalaya.
In Kathmandu gaan we met een taxi naar het Summit. We voelen ons weer thuis.
We nemen eerst een drankje en gaan dan in bad om drie dagen jungle van ons af te wassen.
Daarna gebruiken we het diner-buffet in het hotel.
We staan om acht uur op. Douchen, ontbijten en koffiedrinken. Onze zoon belt. Morgenavond gaan we in Kathmandu eten bij een Newari-restaurant. Er is ook muziek en dans. We zijn zeer benieuwd. We hebben het er nog even over om naar Kitipur en omgeving te gaan fietsen. Het lijkt ons niet zo’n goed idee. We zien toch een beetje op tegen het fietsen in het drukke verkeer en het tegen de bergen op rijden.
Na de koffie krijgen we contact met Gerda Daman Dekker. Zij is door haar gezelschap achtergelaten en voelt zich alleen. Ze komt erbij zitten. Even later arriveren ook David en Saskia Bijsterveld, die in we Chitwan hebben leren kennen. Ze wijzen ons de weg hoe we gemakkelijk naar Durban Square in Patan kunnen lopen.Gerda gaat met ons mee. Onderweg komen langs allemaal leuke winkeltjes.
Als we er zijn, gaan we eerst in de museumtuin lunchen; daarna bezoeken we het museum. De binnenplaats van het voormalige paleis is nu ook open. Dat bekijken we na het bezoek aan het museum.
Daarna gaan we naar het zuiden van Patan. We bezoeken eerst de Mahabouddha Bahal met de gelijknamige tempel, die bekend staat als ‘Tempel van de duizend Bouddha’s’, omdat elk van de meer dan 9000 rode bakstenen de afbeelding van een transcendente boeddha draagt. Vervolgens gaan we naar de nabij gelegen Rato-Macchendranath-tempel. Het is het heiligdom van een god met veel namen en gezichten. Hij wordt o.a. Bungadyo genoemd, omdat hij volgens een van de talrijke legenden oorspronkelijk uit het dorpje Bungamati komt. Daarom brengt men ook nu nog in de wintermaanden een beeld van deze god naar Bungamati, tien kilometer ten zuiden van Patan.
Op weg naar deze tempel passeren we nog een klein klooster, waar monniken van klei kleine torentjes maken (zouden het lampjes worden??)
Na het bezoek aan de Macchendranath-tempel nemen we een taxi terug naar het hotel. Daar gaan we borrelen en daarna eten we samen met Gerda. Zij woont in België in Vosselaere. Ze heeft ook in Velsen-Noord gewoond en heeft nu nog een appartement in Portugal en Wijk aan Zee.
Ze heeft drie keer de bedevaartstocht naar Santiago de Compostella gemaakt en schrijft daar nu een boek over.
terug naar het begin
Na het ontbijt en de koffie gaan met Gerda een stukje in de buurt lopen. We lopen langs de Bagmati en het tentenkamp dat zich op de oever bevindt. Twee mannen zijn bezig zand te uit de rivier te halen.
Vervolgens gaan we naar de winkel Pilgrims om souvenirs en cadeaus te kopen. We gaan ook naar een bank om geld te pinnen. Daar laat ik mijn tas met cadeaus staan. Gelukkig ontdek ik het buiten na honderd meter lopen. Als ik teruggerend ben, blijkt hij er gelukkig nog te staan.
We lunchen in het hotel.
Daarna gaan we nog een keer naar Durban Square in Kathmandu. We bekijken dingen die we de vorige keer nog niet gezien hadden: Het Kumaripaleis en het voormalige koninklijke paleis, dat nu een museum is.
Het museum is wel wat stoffig en oud en op sommige plekken ook erg schemerig. Toch staan er wel een aantal interessante dingen: kledij, wapens, tronen.
Terug in het hotel frissen we ons op en dan gaan we opnieuw naar Kathmandu naar de wijk Naxal, waar we in het Newari restaurant Wanjala Moskova gaan eten. Daar ontmoeten we onze zoon en zijn vriendin.
We eten er heerlijke Newari gerechten, terwijl we ondertussen genieten van de Nepalese dansen en gezang. Prachtig om te zien. Het is een bijzondere avond.
We worden door een taxi met een chauffeur en bijrijder naar het hotel gebracht. Onze zoon maakt zich ongerust, omdat we in een taxi met twee mannen zijn gestapt. Hij belt een paar keer om te vragen of alles wel goed gaat. Als gaat prima en de twee mannen voorin zitten de gehele rit samen vrolijk te zingen.
Terug in het hotel wordt nogmaals geïnformeerd of we goed zijn aangekomen.
Vandaag gaan we een hele dag met onze zoon op stap.
Eerst gaan we met een taxi naar Kirtipur. Daar lopen we een uurtje rond om het plaatsje te bekijken. Kirtipur is een middeleeuws stadje met circa 15.000 inwoners.
De stad sloeg in 1757 de eerste aanval van Prithvi Narayan Shah af, voor welke daad later alle mannelijke inwoners met hun neuzen en oren moesten betalen. Zeer bezienswaardig is een drie verdiepingen hoge Bagh-Bhairava-tempel en de Cilanco-stupa.
Hierna gaan we met een taxi naar Chobar boven op een heuvel. Daar eten we iets. Veel hebben ze niet, dus kiezen we voor lasagne. Het smaakt maar matig.
Van hier gaan we lopend naar beneden naar Chobar Gorge. Hier bevindt zich de beroemde Bagmatikloof. Deze kloof is volgens een legende ontstaan door een zwaardhouw, waardoor het water uit de Kathmandu-vallei wegvloeide.
We lopen hier wat rond, bekijken de kloof en een tempel.
Aan de overzijde van de Bagmati wacht onze chauffeur, die ons via Thanagau naar Bungamati brengt. Dit is een prachtig dorpje. Het lijkt of de tijd hier heeft stil gestaan; je waant je in de Middeleeuwen.
Hierna bezoeken we het tweelingdorpje van Bungamati: Khokna. Dit is een vergelijkbaar dorpje. Prachtig om te zien.
Op weg hier heen stoppen we nog een keer om foto’s te maken van de rijstvelden. Schitterende uitzichten.
Daarna terug naar het hotel.
’s Avonds eten we met z’n vieren in Patan bij Red Dingo een Australisch restaurant. Het eten is er erg lekker.
Vanochtend doen we heel rustig aan.
Ontbijt, koffiedrinken en lunch in het hotel. We moeten weer een deel van de bagage overpakken, want vanmiddag gaan we naar Nagarkot.
Om twee uur verlaten we het hotel en vertrekken per taxi naar het Ambassador hotel. Daar zullen we een transfer krijgen naar het Himalaya resort in Nagarkot.
We zijn daar net op tijd om op het dakterras de ondergaande zon te kunnen zien.
Het hotel ligt op een hoogte van circa 2000 meter. En van hier zou je een overweldigend gezicht moeten hebben op de Annapurnaketen en de Mount Everest.
Vandaag valt er niet veel van de bergen te zien. Misschien hebben we morgenochtend vroeg meer geluk.
Voor het eten zitten we in de bar van het hotel gezellig te kletsen met twee Amerikaanse vrouwen. Beiden werken voor de belangrijkste Amerikaanse overheidsbank. Ze willen tijdens hun vakantietrip even niets weten van de krediet-crisis.
Na het eten gaan we tijdig naar bed.
Om tien over half zes gaat de wake-up call voor zonsopgang.
Het bed uit en naar het dakterras. De zonsopgang is prachtig. Er zijn wel wat bergen te zien, maar het is aardig nevelig.
Na de zonsopgang gaan we nog een uurtje naar bed.
Na het ontbijt regelen we een gids en een auto. We gaan met de auto naar Tel Kot en van daar lopen we naar Changu Narayan. Maar eerst zitten we nog een uurtje heerlijk ontspannen op ons balkon met uitzicht op de bergen. Het is een mooie wandeling met fraaie uitzichten.
We bekijken de tempel en kopen wat souvenirs.
Van Changu Narayan gaan we weer met een auto terug naar Nagarkot.
Om een uur of vijf arriveren onze zoon en zijn vriendin. Zij hebben een fles wijn bij zich. Op hun kamer gaan we aan de borrel met chips.
Na het diner weer vroeg naar bed, want morgen is het weer vroeg dag.
Vandaag staan we weer vroeg op om nog een keer naar de zonsopkomst te kijken. Er valt weinig te zien. Het is behoorlijk bewolkt.
We ontbijten met onze zoon en zijn vriendin. We overleggen, wat we vandaag precies zullen doen. Wij willen niet langer dan drie uur wandelen.
Uiteindelijk besluiten we net als gisteren een taxi te nemen naar Tel Kot om vandaar naar Sanku te lopen. Het is een prachtige wandeling door de rijstvelden.
Je krijgt een aardige indruk hoe de mensen daar op het platteland leven en werken. Onderweg moeten we een keer via stapstenen een riviertje oversteken. Enkele scholieren wijzen ons de juiste weg en ze lopen een stukje met ons op.
In Sanku aangekomen bekijken we het plaatsje en eten ons meegenomen lunchpakket op. We hebben geen energie meer om nog verder te klimmen naar een tempel. Dat is nog ongeveer drie kwartier naar boven.
Vanuit Sanku nemen we localbus naar Kathmandu. Ook een heel speciale ervaring. Een soort conducteur hangt half in de deuropening en int het geld als passagiers uitstappen. Als de chauffeur na een stop verder kan rijden geeft hij altijd een paar klappen tegen de bus.
In Kathmandu nemen we een taxi. We moeten eerst nog langs het Ambassador hotel om onze rugzak op te halen, die via de pick-up service daar heen gebracht is.
Daarna zetten we onze zoon en zijn vriendin bij het kantoor van het DIFD af, waar hun scooter staat. Vervolgens door naar het hotel.
We zijn weer op onze basis teruggekeerd. We zit nu in een kamer tegenover de vleugel waar we voor ons vertrek verbleven.
Na het ontbijt drinken we koffie in hotel. We willen vandaag naar Budhanilkanta, een kilometer of twaalf ten noorden van Kathmandu, en van daar lopen naar Tokha.
We kunnen echter voor dat stukje geen gids krijgen. Dan gaan we het misschien zelf wel proberen te vinden.
We regelen een private car, die door een banda (staking) in Kathamandu hopeloos vast komt te zitten.
Nepalezen pikken het niet langer dat zij niet naar het casino mogen. De regering komt hun tegemoet met een compromis voorstel.
Na ruim een uur en kwartier zijn we op de plaats van bestemming.
In Budhanilkanta bereikt de verering voor Vishnu een hoogtepunt. Er is een groot beeld van een slapende Vishnu op een opgerolde slang, drijvend in een symbolische oceaan. Als hij in de herfst wakker wordt, komen duizenden mensen om hem met vruchten en bloemen te begroeten.
Als we de slapende Vishnu en de omliggende tempels uitvoerig bekeken hebben, lopen we omhoog naar het Kopan klooster, een Tibetaans Boeddistisch studiecentrum. Een schitterend gebouw, dat de moeite van de klim naar boven waard was. Daarna dalen we weer af naar het plaatsje en lopen hier nog een paar straten met winkeltjes door.
In verband met het Tihar of Deepawali festival (lichtjesfeest, waar ook de nieuwjaarsdag van de Newari onder valt) hangen bij alle kramen en winkeltjes slingers van afrikaantjes. Vandaag is de dag van de hond. Veel honden hebben een slinger van afrikaantjes om hun nek en soms zijn ook hun koppen met kleurstoffen versierd. (gisteren was het in het kader van het festival de dag van de kraai. Die worden extra gevoerd)
We willen niet verder wandelen. We zijn best moe. De taxi-chauffeur wil ons nog wel naar mooie rijstvelden brengen, maar wij besluiten terug naar het hotel te gaan.
Terug in het hotel drinken we thee. Daarna gaan we nog wat winkelen in de buurt.
Vanavond eten we voor de laatste keer in het hotel.
Vanaf het dakterras van het hotel heb je een aardig uitzicht over de stad. Er is veel feestverlichting te zien en regelmatig zie je en hoor je vuurwerk.
Na het ontbijt gaan we naar het WTC, een modern winkelcentrum in Kathmandu tegenover het stadion. Mijn vrouw wil wel eens kijken hoe zo’n winkelcentrum er uitziet en wat ze allemaal verkopen.
Onderweg staan we nog een tijdje over de vervuilde Bagmati uit te kijken. Iedereen is druk bezig de gevels schoon te maken en de huizen te versieren voor het Deepawali. Ook worden er offerplaatsen klaargemaakt voor puja’s voor de godin Lakshmi.
Het winkelcentrum is zeer modern en luxueus. Ik denk niet dat hier de gemiddelde Nepalees zijn inkopen zal doen. We zien nog een leuke trui voor mij, maar ondanks dat de maat XL is, is hij te klein. Nepalezen zijn duidelijk kleiner en tengerder dan wij.
Op de terugweg lopen we nog even naar de bank, maar die blijkt in verband met de festiviteiten gesloten. Dan maar geld in het hotel opnemen.
’s Middags gaan we naar het huis van onze zoon en zijn vriendin. Eerst drinken we een kopje thee op het dakterras en dan gaan we een wandeling maken door de velden achter de compound en door het dorp. De tegenstellingen met de compound zijn levensgroot.
Tijdens de wandeling zien we veel vogels onder andere: kingfishers en hoppen.
In het riviertje dat door de rijstvelden stroomt, worden zelfs de auto’s voor het Newari nieuwjaar gewassen.
In het dorp Harisiddi is iedereen bezig met de huizen te versieren en een spoor aan te leggen,waarlangs de godin Lakshmi de huizen moet binnen gaan. Ook de tempel heeft een opknapbeurt gehad en ziet er fris geschilderd uit. Behalve veel kleine en armoedige huizen staan er ook een paar heel grote huizen voor de beter gesitueerden.
Weer terug van de wandeling drinken we een borrel. Er is een overvloed aan lekkers bij.
Daarna helpen we mee het huis te versieren en een spoor van lichtjes neer te zetten. Rond de lichtjes komen allemaal bloemblaadjes te liggen. Tussen de lichtjes wordt door de dochter van de didi (huishoudelijke hulp) de pujaplaats met een behulp van een sjabloon prachtig versierd. Ook de andere huizen zijn versierd met bloemen en lichtjes. Er is vuurwerk en er zijn dansende en zingende kinderen. Ik krijg een tika op mijn voorhoofd. Een tika is een mengsel van vermiljoen, rijstpoeder en yoghurt. Het is een teken van zegen van de goden.
We geven de vriendin van onze zoon een cadeau, voor alle moeite die zij voor ons gedaan heeft door hotels en vluchten voor ons te reserveren. Haar wens was een goede snelkookpan.
Verder laten we hier spullen achter, die we niet meer nodig hebben en die onze koffers maar verzwaren: shampoo, EHBO-kit, Dove, medicamenten, etc.
Tijdens de terugrit naar het hotel nemen we nog veel mee van de feestelijk versierde stad. Terug bij het Summit hotel werpen we op het dakterras nog een blik op de feestverlichting en het vuurwerk.
Na het ontbijt gaan we de koffers pakken voor vertrek.
Na de koffie gaan we nog een keer naar de Bagmati. Mijn vrouw wil daar graag nog wat video-opnamen maken.
In het water zijn veel koereigers te zien en in de lucht vliegen een stel arenden.
Het valt ons opnieuw op hoe smerig de rivier is. Er drijft allerlei afval in het water en langs de oevers liggen bergen rotzooi. Een auto stopt op de brug en gooit twee vuilniszakken in het water.
Er lopen kinderen in het water naar iets te zoeken. Zoeken ze naar kleine visjes??
Ook zijn er wat verderop kinderen in de rivier aan het zwemmen. Zelf zou je nog geen teen in het water durven steken. Ook zien we een vrouw, die haar behoefte in de rivier doet.
Het is vandaag Newari nieuwjaarsdag. De mensen en de stad zien er feestelijk uit. Vrachtwagens vol met mensen en vlaggen passeren ons. Daar achter rijdt een lange stoet juichende motorrijders. Deze motorrally’s zijn een traditie op nieuwjaarsdag. Ook loopt er een olifant over de brug van de Bagmati.
Terug in het hotel lunchen we en daarna gaan we zitten lezen tot het tijd wordt voor vertrek.
Om drie uur staat onze vaste chauffeur klaar om ons naar het vliegveld te brengen.
Het inchecken op het vliegtuig neemt nog een behoorlijke tijd in beslag. Het begint met een veiligheidscontrole van de bagage en een fouillering van ons zelf. Het fouilleren stelt niet veel voor. Er wordt wat langs de twee zijkanten van je lichaam gestreken en dat is het. Je zou van alles onder je kleren verstopt kunnen hebben. Daarna moeten we naar de bank om de luchthavenbelasting te betalen: 3500 roepies, wat overeenkomt met ongeveer 35 euro. Als we betaald hebben, kunnen we echt gaan inchecken. Er staat een heel lange rij (voor Nepalezen) en een vrij korte rij (voor buitenlanders). Als we aan de beurt zijn krijgen we na het overleggen van de paspoorten en het E-ticket onze boardingkaarten tot Londen. Daar moeten we opnieuw inchecken.
Vervolgens op naar de douane. Daar moeten we behalve onze paspoorten ook een uitreisdocument overleggen. Dat hadden we op de heen reis al ingevuld. Er moeten nog een paar gegevens nader worden ingevuld en dan krijgen we allerlei stempels op de boardingkaarten en andere papieren. We mogen verder.
Na ruim een uur wachten, mogen we naar de gate om in te stappen. Bij de gate mogen we in kleine groepjes lopend naar het vliegtuig. We vliegen opnieuw met een airbus 340. Met een kleine vertraging vertrekken we naar Bahrain.Een vliegtocht van vijf en driekwart uur.
In Bahrain moeten we viereneenhalf uur wachten. Geen aangename bezigheid . Mede doordat het door airco steenkoud is. Een trui en jack helpen daar nauwelijks tegen. We proberen de tijd te doden door wat te lezen en naar de I-pod te luisteren. Met een half uur vertraging vertrekt het vliegtuig om kwart over één ’s nachts plaatselijke tijd.
De tocht naar Londen duurt zes uur en drie kwartier. We zijn iets te vroeg boven Londen, waardoor we een extra rondje boven de verlichte stad maken.
Onderweg hebben we wel wat geslapen, maar toen ik net een uurtje lekker sliep, werd ik wakker gemaakt door de stewardess voor een maaltijd.
In Londen hebben we een klein twee uur om over te stappen. Daar kost de transfer naar een andere terminal, een grondige paspoort en lichamelijke controle en het opnieuw inchecken ruim een uur. In de vertrekhal wachten we tot we naar de gate kunnen. Ondertussen praten we wat met andere Nederlanders, die uit Zuid-Afrika kwamen en nu ook weer op weg naar huis zijn.
Op de geplande tijd kunnen we naar de gate. Als we echter op punt staan om aan boord van het vliegtuig te gaan, krijgen we te horen dat er iets met het vliegtuig is. Er moet een nieuw vliegtuig moet worden geregeld. Na ongeveer drie kwartier blijkt dat er op een ander platform een vliegtuig kaar staat. Met bussen worden we daar heen gebracht. Als we bij het vliegtuig aankomen, moeten we nog een kwartiertje in de bus staan wachten tot we aan boord mogen. Daarna duurt het nog een tijdje alvorens het vliegtuig toestemming krijgt om op te stijgen. Na ruim een uur vertraging vertrekken we richting Schiphol. Daar aangekomen wacht ons een nieuwe tegenvaller. We missen één van de koffers. Na informatie blijkt die nog in Londen te staan. Hij wordt met de volgende vlucht meegegeven. We besluiten te wachten, ondanks dat we zwaar vermoeid van de reis zijn. Na een kleine twee uur hebben we de koffer weer in ons bezit.
Eerst denken we er over om een taxi naar huis te nemen, maar we houden ons aan het oorspronkelijke plan en nemen de trein. De treinreis loopt voorspoedig. In Gouda moeten we bij het station nog een kleine tien minuten wachten op een taxi.
Om vier uur zijn we weer veilig thuis. We zijn dan van hotel naar huis 29 ½ uur onderweg geweest.
terug naar het begin