HOME

krabbels........

archief krabbels

  • krabbels juni-juli 2011
  • krabbels augustus 2011
  • krabbels september 2011
  • krabbels oktober 2011
  • krabbels nov- december 2011
  • krabbels januari 2012
  • krabbels maart 2012
  • krabbels april 2012
  • krabbels april 2012
  • krabbels 1 maart

    Ziekenhuisdagboek 3. woensdag 29 februari:
    Slecht geslapen vannacht. Flink gehoest. Daardoor elke twee uur wakker.
    Vanaf vanmorgen is de contactisolatie weer aangescherpt. Er is een briefje op de kamerdeur geplakt met de volgende instructies: handschoenen aan, schort voor en handen ontsmetten. Niet iedere zuster houdt zich er aan. Als het etensblad moet worden opgehaald en drie meter verder op een kar moet worden geplaatst, doet de verpleegster niet eerst handschoenen aan en vervolgens weer na twee tellen uit. Stagières lachen om deze maatregelen.
    Bij de controleronde van de verpleging blijkt de elektronische apparatuur niet te werken. Dus moeten ze met de hand de pols tellen en de bloeddruk meten. Vandaag hoeft kennelijk niet gevraagd te worden of ik nog ontlasting heb gehad. Kan nu natuurlijk niet ingevoerd worden. Het wordt echter wel aan de buurman gevaagd. Het beleid in het ziekenhuis is vaak niet erg inzichtelijk.
    Ondanks de afspraak dat ik zelf voor mijn medicijnen zorg, krijg ik weer een schaaltje dezelfde medicijnen voorgezet, die ik ’s avonds thuis ook slik.
    Na het middag eten wat liggen dommelen.
    ’s Middags weer naar huis. Onze kleindochter Ninthe wordt gebracht. ’s Avonds heb ik de oppas, want mijn vrouw heeft schildercursus.
    Ninthe wordt om zeven uur door haar moeder in bed gestopt, maar slaapt niet snel. Om een uur of acht begint ze te huilen. Ik haal haar uit bed; troost haar en stop haar volgens het bedritueel: een liedje zingen, een muziekje afspelen weer in haar bed. Als ik nog een paar keer kom kijken, zit ze steeds te spelen in haar bed. Om negen uur slaapt ze.
    Ik ga zelf met de auto terug naar het ziekenhuis, want mijn vrouw kan mij niet brengen. Die moet op het kleinkind passen.
    In bed kijk ik nog even naar Pauw en Witteman, maar ik dommel steeds weg. Dus de TV maar uitgezet.

    krabbels 29 februari

    Ziekenhuisdagboek 2. Dinsdag 28 februari:
    Vannacht wel aardig geslapen. Wel nog steeds veel naar de WC om te plassen.
    In verband met een CT-scan moet ik nuchter blijven en krijg dus geen ontbijt. Wel moet ik twee bekers met een speciale drank nuttigen in verband met de te maken scan.
    De antibiotica wordt weer ingespoten, maar het geeft nu geen last.
    De dokter wil dat ik de volle veertien dagen blijf. Ik mag pas weg op maandag 19 maart na de eerste of tweede behandeling. De dokter vindt het besmettingsgevaar erg overdreven. Als ik de normale hygiëne in acht neem, is er geen vuiltje aan de lucht. Dus geen risico voor de kinderen en kleinkinderen. De arts raadt wel aan om de urine van mijn vrouw bij de huisarts te laten controleren en zo nodig op kweek te laten zetten, om er zeker van te zijn dat zij niet besmet is met de bacterie.
    CTscan (7K) Vlak voor de CT-scan nog even een beker speciaal vocht leegdrinken. Het is niet vies, maar lekker is anders.
    Ik mag niet zelf naar de Röntgenafdeling lopen. Ik word per rolstoel gebracht. Dat komt een beetje vreemd over temeer daar ik elke dag zelfstandig met de lift naar beneden ga, om het ziekenhuis te verlaten.
    Bij de röntgen moet ik even wachten voor ik aan de beurt ben. Als ik eenmaal op de tafel in het apparaat lig, word ik met contrastvloeistof ingespoten. Je voelt warmte door je lijf gaan en uiteindelijk in je keel terecht komen. Na een minuut heb je er al geen last meer van. Het onderzoek duurt ongeveer een kwartier. Daarna mag ik weer naar de afdeling terug. Ook dit mag niet zelfstandig. Ik moet wachten tot ik weggebracht word. Ik krijg het koud. Net op het moment dat ik aankondig niet langer te wachten en zelf wel naar boven ga, word ik opgehaald.
    Terug op de afdeling staat er een warme maaltijd op me te wachten. Ik vind het een beetje weinig eten voor iemand, die geen ontbijt heeft gehad.
    Precies op de afgesproken tijd krijg ik mijn medicijnen. Mijn vrouw komt me weer ophalen en om drie uur ben ik weer in mijn eigen huis.
    Thuis een beetje gelezen, een huisje op Terschelling en de boot er heen geboekt.
    ’s Avonds naar de Wereld Draait Door en Opsporing verzocht gekeken.
    Tegen half elf ben ik weer terug in het ziekenhuis. Het toedienen van de medicijnen verloopt weer soepel.
    Ik kijk nog even naar de Rijdende rechter en ga dan slapen.

    krabbels 28 februari

    Ziekenhuisdagboek 1. Maandag 27 februari:
    Om kwart voor elf stappen we in de auto op weg naar het ziekenhuis waar ik om elf uur moet zijn. Het einde van de straat is echter geblokkeerd door een vrachtwagen, die aarde staat in te laden. Achteruit rijden is geen optie, omdat er achter ons inmiddels een flinke rij auto’s staat. Er zit niet anders op dan lijdzaam te wachten tot de vrachtwagen vol aarde is. Dat duurt ongeveer twintig minuten.
    Met een vertraging van ongeveer twintig minuten arriveren we bij het ziekenhuis.
    Ik werd verwacht. Dezelfde zusters, die me een paar weken geleden hebben verzorgd, hebben ook nu dienst. Een uitgebreide intake is niet noodzakelijk.
    ziekenhuis2 (24K) Van mijn kant wil ik goede afspraken maken over het naar huis gaan en het toedienen van de antibiotica. Bij de vorige behandeling ontbrak het aan duidelijkheid daarover.
    Afgesproken wordt de antibiotica ‘morgens en ’s avonds via een druppelaar toe te dienen en de medicijnen ’s middags in mijn aderen te spuiten. Tussen de middag zal de medicatie tussen half drie en drie uur plaatsvinden, zodat ik rond drie uur het ziekenhuis kan verlaten. Ik moet me dan ’s avonds circa kwart over tien weer melden.
    Bij mijn vertrek uit het ziekenhuis krijg ik te horen dat er opnieuw contactisolatie geldt in verband met mogelijke besmetting. Het kan zijn dat als ik vanavond terugkom, ik verplaatst ben naar een andere kamer.
    Op mijn vraag of ik dan niet besmettelijk ben voor mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen krijg als antwoord dat dat niet het geval is. Besmetting kan alleen via de urine plaatsvinden. De ziekenhuishygiënist stelt echter dat als ik een goed huwelijk met mijn vrouw heb, zij de bacterie ook bij zich heeft.
    Eenmaal thuis wat administratie gedaan en naar een huisje op Terschelling gezocht.
    Als ik ’s avonds weer terug ben in het ziekenhuis blijk ik nog steeds op dezelfde kamer te huizen.
    Vanaf mijn bed kijk ik naar de televie-serie Dokter Deen.
    Ik ben verbaasd dat de antibiotica opnieuw via een spuit wordt toegediend. Het beleid blijkt weer eens gewijzigd. Vanaf heden krijg ik zolang mijn aderen niet opspelen de anti-biotica toegediend met een injectiespuit.
    Omdat mijn rechterarm vrij gevoelig is, wordt er een speciale zuster opgetrommeld om de infuusnaald over te brengen naar mijn linkerarm. Dat gaat snel en efficiënt en het doet geen pijn.
    Voor het slapen gaan moet ik nog twee bekers met een speciale vloeistof drinken in verband met de CT-scan die morgen zal plaatsvinden.

    krabbels 27 februari

    Crècheleidsters
    Volgens Aaf Brandt Corstius worden crècheleidsters nooit ziek. “Zij werken met zoveel snotterige, hoestende en diarreeënde peuters dat ze resistent tegen alles worden, superwezens tegen wie geen bacterie opgewassen is.
    Mocht de wereld ooit vergaan door een eng virus, dan zullen de crècheleidsters overblijven en gezamenlijk een nieuwe wereld in elkaar knutselen.”
    Crècheleidsters mogen dan immuun ten opzichte van allerlei ziektes zijn. Dat geldt niet voor de baby’s, peuters en kleuters van de crèche.
    Onze kleinkinderen happen daar regelmatig een virus of een griepje op. Maar ja, ze zeggen dat ze daar hard van worden.

    krabbels 24 februari

    Het beetjeziekvirus
    Aaf Brandt Corstius schrijft in haar column in de Volkskrant, dat ze last heeft van het een beetjeziekvirus. Het kenmerk van dit virus is dat je je een beetje ziek voelt, maar dat je alles nog kan doen, maar dan met hoofdpijn, koortszweet, moeheid en veel algemene malaise. Maar omdat niemand iets aan je ziet krijg je geen aandacht.
    Iedereen die aan dit virus lijdt, heeft dezelfde symptomen: net niet genoeg om zielig te zijn en dan op dag vier: heel veel snot.
    Een vriendin van Aaf, die ook een beetjeziek was stuurde een bericht aan al haar Faceboekvrienden met de vraag:”Hoe veel snot kan een mens per dag produceren?”
    Het antwoord was snel gegoogeld: een mens kan per dag drie liter snot produceren.
    Ik heb ook in bepaalde mate last van het beetjeziekvirus: hoofdpijn, moeheid en veel snot. Die drie liter snot haal ik bij lange na niet. Ik denk dat ik niet verder kom dan driekwart liter in een etmaal.

    krabbels 22 februari

    Dwaze visie republikeinse presidentskandidaat
    Rick Santorium, de conservatieve Republikeinse presidentskandidaat denkt dat in Nederland bij het minste of geringste euthanasie wordt gepleegd.
    Tijdens een forumgesprek in de staat Missouri zei Santorium dat in 10 procent van de overlijdensgevallen in Nederland sprake is van euthanasie. Bovendien stelt hij dat de helft van de euthanasiegevallen onvrijwillig is.
    Verder stelt de presidentskandidaat dat Nederlandse ouderen bandjes dragen met daarop de tekst:”Euthaniseer mij niet”. Ook beweert hij dat ouderen daarom niet naar Nederlandse ziekenhuizen durven te gaan en daarom uitwijken naar het buitenland.

    krabbels 20 februari

    Kruiend ijs
    Kruiend ijs bij Urk.
    kruiend ijskruiend ijs

    krabbels 18 februari

    Benzine tanken
    Vorige week waren we een lang wekend in Dalfsen. We hadden daar een bungalow gehuurd, omdat de kinderen graag in de omgeving van Giethoorn wilden schaatsen.
    Op de laatste dag van ons verblijf daar, wilden we nog even langs een kaasboerderij in de buurt van Ommen en langs Urk om het kruiend ijs te zien.
    Voordat we op weg gingen, moest eerst nog worden getankt. Daarna richting kaasboerderij.
    Vlak voor Ommen slaakte ik een kreetje: “Ohhh, ik ben vergeten de benzine te betalen.” Het schaamrood verscheen op mijn kaken. Ik waande me al achtervolgd door de politie.
    benzinestation Omdat we bijna bij onze eerste bestemming waren, besloten we toch maar eerst de kaasboerderij te bezoeken en daarna naar Dalfsen terug te rijden om de benzine te betalen.
    Tijdens het bezoek aan de kaasboerderij voelde ik me tamelijk onrustig en was ik blij toen we weer in de auto op weg naar Dalfsen waren.
    Het personeel van het benzinestation was aangenaam verrast, dat ik als nog kwam betalen. Ik zei, dat het me ontzettend speet, maar dat ik kennelijk even was afgeleid. Het was me nog nooit gebeurd. Zou de ouderdom nu echt beginnen op te spelen?
    De eigenaresse van het tankstation liet herhaaldelijk weten, dat ze me zeer erkentelijk was, omdat ik was teruggekomen. Ze zou anders een rotdag hebben gehad. Anders ik wel. Ze was al begonnen de videobeelden te bekijken. Dat had nog geen resultaat opgeleverd.
    Na van mijn kant nogmaals een paar keer excuus te hebben aangeboden en nadat van de kant van de eigenaresse haar oprechte dank werd uitgesproken, verliet ik opgelucht het benzinestation.

    krabbels 16 februari

    Schaatsen
    Onze zoon en onze Nepalese schoondochter zijn in het land.
    sangeeta Zij heeft nog nooit ijs en sneeuw op sloten en vaarten gezien. Ze kon zich nauwelijks voorstellen dat je je over zo’n laag ijs kan bewegen zonder er door te zakken.
    Na een paar nachten flink vriezen, moet onze schoondochter natuurlijk ook proberen het schaatsen onder de knie te krijgen.
    Er wordt elke dag geoefend op de singel voor ons huis. Na een week oefenen, heeft ze de slag aardig te pakken.
    Jammer dat op dat moment de dooi invalt.

    krabbels 14 februari

    Met de trein
    Vrijdag 3 februari was oppasdag op onze kleindochter Ninthe in Bilthoven.
    Omdat er sneeuw voorspeld was, besloten we met de trein te gaan.
    En inderdaad vanaf een uur of twaalf begon het flink te sneeuwen.
    Rond vijf uur in de middag werden we door onze zoon gebeld, met de mededeling dat er rond Utrecht geen treinen meer reden.
    Dus op de NS-site gekeken, hoe we naar Gouda konden komen. Site niet bereikbaar. Uiteindelijk lukt het via NS-mobiel een overzicht te krijgen van de situatie van de treinenloop.
    trein Er zou alleen om 18.41 een trein richting Utrecht gaan, die aansluiting heeft met een trein naar Den Haag.
    Wij dus tegen half zeven naar het station. En jawel hoor, precies op tijd kwam er een trein naar Utecht. Op station Utrecht stonden slechts twee treinen aangegeven: één naar Breda en één naar Den Haag. Trein Den Haag: spoor 12a 19.05 uur. Wij dus naar spoor 12. Daar geen trein te zien. Alleen maar blanco vertrekborden.
    Na enige tijd komt er een Sprinter aanrijden, die stopt. Op de borden in de trein verschijnt de tekst: Eindstation. Alleen uitstappen. Deze trein gaat niet verder.
    Even blijven alle passagiers op het perron verbaasd naar de trein kijken. Dan ontstaat er zoiets van: hier zou een trein naar Den Haag komen; dan gaat deze trein daar maar heen ook. Ondanks de waarschuwing: niet instappen, nemen de reizigers bezit van de trein. Die wordt steeds voller en voller. Nog steeds geldt echter de waarschuwing: niet instappen!!.
    Na enige tijd klinkt door de omroepinstallatie in de trein de mededeling dat deze trein als stoptrein naar Den Haag gaat. Deze mededeling verschijnt nu ook op de mededelingenborden in de trein. En ja, met slechts 15 minuten vertraging vertrekt de trein.
    Als we thuis zijn belt onze dochter. Of ze vannacht bij ons kan slapen. Ze heeft een training in Eindhoven gegeven en staat nu in Rotterdam. Er gaat slechts één trein richting Utrecht, maar die gaat niet verder dan Gouda. Tegen tienen is ze bij ons. Ze vertrok om zes uur uit Eindhoven en heeft ons via Breda en Rotterdam bereikt.
    De volgende dag kijken op het internet hoe ze met de trein naar Bilthoven kan komen. Om tien voor half elf gaat er een trein, die aansluiting geeft naar Bilthoven. Een reisje van ongeveer drie kwartier.
    In de loop van de middag belt onze dochter dat ze pas tegen tweeën thuis was. Voor Utrecht stond de trein een minuut of twintig stil in verband met een wisselstoring. Eenmaal in Utrecht blijkt, dat er voorlopig geen trein richting Bilthoven gaat. Dus maar een bus gezocht, die wel rijdt.
    Reactie van onze dochter: "Ik ga nooit meer met de trein.”
    Op zondag valt de dooi in. Dan denk je nu zal de ellende met de treinen wel over zijn. Maar dat blijkt niet het geval.
    Maandagavond moeten we naar Rotterdam naar de voorstelling van Liesbeth List. We zorgen er voor dat we vroeg op het station zin: je weet maar nooit!
    Het blijkt een goede beslissing te zijn geweest. De NS werkt nog steeds met een aangepaste dienstregeling. Meer dan de helft van de treinen naar Rotterdam rijdt niet. Een situatie die nog een paar dagen zal duren.
    Ha fijn, met de trein. Mijn advies: laat je niet verlakken; Het is beter de benenwagen, step, of fiets te pakken.

    krabbels 8 februari

    Ziekenhuisbelevenissen.
    Op donderdag 19 januari moest ik in het ziekenhuis worden opgenomen voor een antibiotica kuur, omdat de tot nu toe toegediende antibiotica niet in staat was geweest een agressieve bacterie in mijn lijf te doden. Ik moest me om 11 uur in het ziekenhuis melden. Kennelijk is het daar de gewoonte pas om drie uur te starten met de kuur. Er is nog even overleg geweest of ze meteen met het toedienen van antibiotica zouden starten, of dat ze zich aan hun gebruikelijke tijden zouden vasthouden. (Waarom moest ik dan al om elf uur in het ziekenhuis zijn??) Het laatste was dus het geval. De toediening van de medicijnen zou plaatsvinden om 15.00 uur, 22.00 uur en 8.00 uur.
    De anti-biotica zou via een infuus druppel gewijs worden toegediend. Dat maakt je wel immobiel, want je zit aan een snoer en een paal vast.
    De volgende dag werd ik even losgekoppeld om te kunnen douchen. De rest van de dag zat ik weer aan snoer en paal vast.
    Op zaterdag besloten ze me de antibiotica niet meer via een druppel infuus te geven, maar via een injectie. Dat had twee voordelen: het ging sneller en ik was mobieler.
    Op zondag vond men dat het toedienen van de medicijnen via een injectie niet goed voor mijn aderen was. Dus werd ik werd ik weer aan het druppel infuus gekoppeld. Met dit verschil dat als ik alle antibiotica binnen had, ik losgekoppeld kon worden. Dat vereiste echter iedere keer een nieuwe steriele aansluiting.
    Op maandag vond men dat ik eigenlijk na het infuus van 15.00 best een aantal uren naar huis kon gaan. Dat vond ik natuurlijk een prima idee. Om het toedienen van de medicijnen niet al te lang te laten duren, kreeg ik om 15.00 uur een injectie in plaats van een druppelinfuus. Des te eerder kon ik weg.
    Op dinsdag veranderde de situatie weer. De verpleegster die om 15.00 de medicijnen moest toedienen was het er niet mee eens dat ik de antibiotica via een inspuiting kreeg en sloot me daarom weer aan aan het druppel infuus. Dat betekende dat ik een uur langer in het ziekenhuis moest doorbrengen. Zij vond dat het voor de aderen veel beter was de medicijnen via een druppel infuus toe te dienen.
    De dagen daarop vroegen de zusters steeds hoe ik mijn medicijnen wilde toegediend krijgen. Om niet steeds met tegengestelde opvattingen van de verpleegsters te worden geconfronteerd heb ik toen zelf maar besloten dat ik mijn medicijnen via een druppel infuus wilde toegediend krijgen.
    En dat is zo gebleven tot ik op donderdag 26 januari uit het ziekenhuis werd ontslagen.
    De eerste dagen thuis ging het goed, maar op maandag 30 januari kreeg ik weer problemen met plassen en was de urine weer troebel.
    Bij controle in het ziekenhuis bleek het inderdaad niet goed te zijn. Mijn urine werd opnieuw op kweek gezet. Uitslag: negatief. De bacterie is niet weg.

    terug naar het begin